fbpx

5 gouden tips om een dt-fout te voorkomen

Hoe goed je ook bent in taal, sommige spelfouten liggen altijd op de loer. De dt-fout is misschien wel de bekendste, snel gemaakte fout. Voor mij behoort hij tot de top 3 van spelfouten waar ik het meest jeuk van krijg. En toch is er ook bij mij weleens een dt-foutje ingeslopen… Hoe komt het toch dat we hier massaal zo’n moeite mee hebben? Ik leg het je uit en geef 5 gouden tips om een dt-fout in de toekomst te voorkomen!

dt-fouten

Waarom is een dt-fout zo makkelijk gemaakt?

Als tekstschrijver/-redacteur voelt het maken van een dt-fout als zwaar falen en toch is het mij ook overkomen. En niet eens in een ellenlange tekst, maar in een Whatsapp-berichtje waarbij ik net iets te gehaast op ‘verstuur’ klikte. Vreemd! Of toch niet?

Na wat onderzoek ben ik erachter dat dit goed te verklaren is (pfoe!). Het blijkt te maken te hebben met ons woord- en werkgeheugen.
Voor het toepassen van de juiste spellingregels tijdens het schrijven, boren we ons werkgeheugen aan. Maar daarnaast hebben we ook nog een woordgeheugen. Daarmee hebben we een bijzondere hoeveelheid woorden in ons geheugen opgeslagen. Zoals ze in het woordenboek staan, maar ook vaak voorkomende woordvormen daarvan, zoals ‘herinner’, ‘herinnert’ en ‘herinnerd’.

Hebben we maar weinig tijd om een tekst te schrijven, dan wint het woordgeheugen het van het werkgeheugen. De hersenen komen eerder op werkwoordsvormen die ze hebben opgeslagen, dan op de spellingregels die van toepassing zijn. (Ik vraag me af of dit een link zou kunnen hebben met de mate waarin je een beelddenker of taaldenker bent, maar dat even terzijde.) Ook geldt: hoe meer ons werkgeheugen wordt belast, hoe minder goed het werkt. Je vraagt simpelweg in korte tijd vrij veel van je hersenen. Helemaal als het gaat om wat langere zinnen waarin het onderwerp en de werkwoordsvorm ver uit elkaar staan. ‘Ik hoop dat het met alleen deze zin als voorbeeld in één oogopslag duidelijker word hoe snel een dt-fout gemaakt is.’

We hoeven ons dus niet meteen in een hoekje te gaan zitten schamen; het is heel normaal dat ons werkgeheugen het af en toe laat afweten. Een dt-fout helemaal voorkomen kunnen we misschien ook niet. Maar een opfrisser is nooit weg! Dus plof in gedachten weer even op die krakende schoolbank en pak je schriftje er maar bij. Daar gaan we!

Opfriscursus dt-regels

Allereerst: wat is de stam ook alweer? 

De stam is het hele werkwoord zonder -en. Dus: de stam van worden is word, de stam van leven is lev en de stam van verhuizen is verhuiz.

Dt-regels voor zinnen in tegenwoordige tijd

Regel 1. Werkwoord + ik = alleen de stam
Voorbeeld: Ik word

Regel 2. Werkwoord vóór jij = alleen de stam
(dit geldt ook altijd voor zinnen in gebiedende wijs)
Voorbeeld: Word jij

Regel 3. Werkwoord ná jij = de stam + -t
(behalve als de stam al eindigt op -t, zoals bij ontmoeten/groeten/…)
Voorbeeld: Jij wordt

Regel 4. Werkwoord + hij, zij of het = de stam + -t
(behalve als de stam al eindigt op -t, zoals bij ontmoeten/groeten/…)
Voorbeeld: Hij wordt

Dt-regels voor zinnen in verleden tijd

Regel 1. Werkwoord + ik/jij/hij/zij/het/wij + laatste letter v.d. stam is een medeklinker uit ’t kofschip x = de stam + -te(n)
Voorbeeld: Schoppen -> Schop -> Ik schopte / Wij schopten

Regel 2. Werkwoord + ik/jij/hij/zij/het/wij + laatste letter v.d. stam is géén medeklinker uit ’t kofschip x = de stam + -de(n)
Voorbeeld: Winkelen -> Winkel -> Ik winkelde / Wij winkelden

Dt-regels voor zinnen met een voltooid deelwoord

Regel 1. Eindigt de stam van het werkwoord op een medeklinker uit ’t kofschip x? Dan schrijf je het voltooid deelwoord + -t.
Voorbeeld: Kloppen -> Klop -> Ik heb geklopt

Regel 2. Eindigt de stam van het werkwoord níét op een medeklinker uit ’t kofschip x? Dan schrijf je het voltooid deelwoord + -d.
Voorbeeld: Wandelen -> Wandel -> Ik heb gewandeld

Regel 3. Een aantal voltooid deelwoorden eindigen op -en. In dat geval komt er natuurlijk geen -d of -t achter.
Voorbeeld: Ik heb gelopen / Wij hebben gegeven

tips dt-fouten

5 gouden tips om dt-fouten te voorkomen

  1. Alléén bij werkwoorden in tegenwoordige tijd komt -dt voor. Je schrijft dus nooit ‘Hij bedoeldte’ of ‘Hij heeft bepaaldt’. Dat scheelt alweer!
  2. De klank die je hoort bij het uitspreken van de verleden tijd, is jouw houvast voor het voltooid deelwoord. De meeste dt-fouten worden gemaakt bij zinnen met een voltooid deelwoord. Stel: je twijfelt tussen ‘het is gebeurt’ en ‘het is gebeurd’. In de tegenwoordige tijd geldt: werkwoord + het = de stam + -t. Dus schrijven we ‘Het gebeurt’. Je denkt al snel dat het voltooid deelwoord dan ook een –krijgt, maar dat is niet altijd zo. Wat kan helpen om zeker te weten dat je het goed schrijft, is het zinsdeel hardop in de verleden tijd te veranderen en te luisteren naar jezelf. Dan hoor je heel duidelijk ‘Het gebeurde’. Het voltooid deelwoord is dan: ‘Het is gebeurd’.
    – Hij beloofde -> Hij heeft het beloofd
    – Jij haalde -> Jij hebt gehaald
    – Zij maakte -> Zij heeft gemaakt
    – Wij verkochten -> Wij hebben verkocht
  3. Het volgende ezelsbruggetje is heel handig bij zinnen in tegenwoordige tijd:
    ‘Ik drink nooit thee, jij drinkt soms thee en hij drinkt altijd thee.’
    De thee staat hier voor de –t. Die schrijf je in dit geval nooit bij ik, soms bij jij, en altijd bij hij/zij/het.
  4. Blijf je moeite houden met de dt-regels? Leg jouw tekst even weg en kijk er een tijdje later weer naar met een frisse blik. Of zoek de correcte vervoeging op via internet, bijvoorbeeld op Woordenlijst.org.
  5. Altijd een goede tip: laat jouw tekst nalezen door iemand met een sterk taalgevoel. Ook als je dat zelf ook hebt; je kunt blind zijn geworden voor een eigen dt-fout als je lange tijd aan een tekst hebt gewerkt.

Wat vind jij de beste tip van dit artikel? Laat het weten in een reactie!
 

Wil jij weten wat ik als tekstschrijver voor jou kan betekenen? Bijvoorbeeld met een analyse van jouw manuscript of met het schrijven van zakelijke teksten? Neem vrijblijvend contact op en je ontvangt binnen 48 uur een reactie.

Piya Huisman
Tekstbureau Pluym

Nooit meer een blog missen? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
aanhalingstekens juist gebruiken

Hoe aanhalingstekens zorgen voor betekenis in je teksten

Het is gemakkelijk om in verwarring te raken bij het gebruik van aanhalingstekens in je tekst. Want wanneer gebruik je ze nu eigenlijk? Als je een citaat wilt opschrijven, als je de titel van een boek noemt of als je iets ironisch wilt zeggen? En hoe zit dat ook alweer precies bij het weergeven van een dialoog? Na het lezen van deze blog is het jou allemaal duidelijk!

Lees verder »

Vind je dit artikel leuk?

Share on facebook
Deel op Facebook
Share on twitter
Deel op Twitter
Share on linkedin
Deel op Linkdin
Share on pinterest
Deel op Pinterest

laat een reactie achter