Show, don’t tell. Hét geheim om beter te schrijven.

‘Show, don’t tell’ is een veelgehoord schrijfadvies. En dat is niet zonder reden: of je nu werkt aan een reclametekst of een roman, het toepassen van ‘show, don’t tell’ maakt jou gegarandeerd een betere schrijver! Ik geef je 3 tips én een schrijfoefening om direct mee aan de slag te gaan.

Waarom ‘show, don’t tell’ belangrijk is

‘Show, don’t tell’ (ofwel ‘tonen, niet vertellen’) is eigenlijk een vrij logisch advies als je stilstaat bij de vraag waarom jij schrijft wat je schrijft. Je geeft woorden aan de beelden die jij in gedachten hebt, met als doel dat de lezer deze beelden net zo levendig voor zich ziet. 

Denk maar eens aan een reclame voor bier. Van het vertrouwde geluid van het openen van het flesje, tot het inschenken van de gouden vloeistof… Door de beelden krijg je veel meer trek dan wanneer jou alleen zou worden verteld dat het lekker smaakt. ‘Een beeld zegt meer dan duizend woorden’ is dan ook niet voor niets een bekende uitspraak.

show don't tell

3 tips voor het juist toepassen van ‘show, don’t tell’

Wat zegt iemand als hij een boek fantastisch vond? Dat hij zich helemaal verloor in het verhaal en de wereld om hem heen vergat. Dit bereik je onder andere door de lezer in de huid te laten kruipen van de hoofdpersoon. Met de volgende 3 tips weet jij hoe en wanneer je het advies ‘show, don’t tell’ moet toepassen.

‘Show, don’t tell’ – tip 1: zintuiglijk en gedetailleerd schrijven

De lezer wil zich volledig kunnen inleven in de hoofdpersoon. Gebruik daarvoor jouw eigen ervaringen rondom zintuigen en lichaamstaal. Wat hoor je als je jouw voet in een dikke laag sneeuw zet? Hoe staat iemand erbij als hij zich terneergeslagen voelt? Wat gaat er door je heen als je op een citroen kauwt? Wat proef je als je een hamburger eet die iets te lang op de barbecue heeft gelegen? Stel jezelf dit soort vragen en omschrijf de specifieke geluiden, smaken, geuren, beelden en sensitieve belevingen die bij je opkomen. In mijn vorige blog ‘Een boek schrijven. Hoe begin je?’ las je al dat dit een perfecte manier kan zijn om überhaupt jouw eerste scène op papier te krijgen.

Ik geef je een voorbeeld. Je zou kunnen vertellen dat de hoofdpersoon – laten we hem Bob noemen – niet kan slapen en dit hem frustreert. Maar veel sterker is het om de lezer te laten voelen hoe Bob dit ervaart. Beschrijf daarom liever hoe zijn gedachten beginnen te malen en hoe hij blijft woelen en draaien tot hij met een woeste beweging de deken van hem afgooit. De lezer moet die deken zelf voelen broeien. Hij moet de onrust en frustratie voelen van de momenten dat hij zelf heeft wakker gelegen.

‘Show, don’t tell’ – tip 2: de juiste verhouding tussen het geven en weglaten van informatie

De lezer blijft actief betrokken bij het verhaal wanneer hij zelf invulling kan geven aan wat hij denkt te lezen. In plaats van dat je uitlegt dat Bob de slaap niet kan vatten en waarom, laat je hem liever zelf tot de conclusie komen dat er iets is dat Bob wakker houdt. Hij zal zich afvragen waarom dat is, krijgt de ruimte om er zelf invulling aan te geven en wil doorlezen om te zien of hij het goed heeft aangevoeld.

In plaats van dat je dit denkproces van de lezer wegneemt door alles voor hem voor te kauwen, houd je hem geïntrigeerd en gemotiveerd om door te lezen. Onderschat jouw lezer dus niet! Maar, pas wel op met het verwerken van te veel mysterie: aan het einde van het verhaal moet de lezer de duidelijkheid krijgen waar hij naar op zoek was. Weeg dus goed af welke informatie je wel en niet achterwege kan laten en voor hoe lang.

‘Show, don’t tell’ – tip 3: wanneer ‘tell, don’t show’ effectiever is

Het is niet altijd nodig om een situatie uitgebreid te beschrijven. Soms is het juist beter om de details achterwege te laten. Je kunt voor de levendigheid best een bijpersoon overdreven veel met zijn ogen laten knipperen. Maar een heel uitgebreide beschrijving van hoe en waarom die tic zich ooit heeft ontwikkeld, is niet van toegevoegde waarde voor de rest van het verhaal. Het zal de vaart in het verhaal onnodig verminderen en de lezer raakt zo sneller zijn focus kwijt op waar het eigenlijk om gaat. Vraag je daarom steeds af of het tonen van een situatie écht van toegevoegde waarde is of niet.

show don't tell

BONUS: schrijfoefening

Heb je iets nieuws geleerd uit dit artikel? Dan is het tijd om deze kennis om te zetten in actie! Bij deze een oefening waarmee je direct aan de slag kunt. Extra leuk als je jouw resultaat deelt in een reactie!

Pas ‘show, don’t tell’ toe op (een van) de volgende zinnen. Hoe uitgebreider hoe beter!

1. Saskia is beledigd en loopt boos weg.
2. Bob probeerde zijn verliefdheid niet te laten merken.
3. De koelkast staat vol met producten die over datum zijn.

Wil je eerst nog meer inspiratie opdoen? In dit filmpje worden duidelijke voorbeelden gegeven van hoe je bepaalde zinnen levendiger kunt maken.

 

Wil je weten wat ik als tekstschrijver voor jou kan betekenen? Zie hier welke diensten ik aanbied of neem direct contact op.

Piya Huisman
Tekstbureau Pluym

Nooit meer een blog missen? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Vind je dit artikel leuk?

Share on facebook
Deel op Facebook
Share on twitter
Deel op Twitter
Share on linkedin
Deel op Linkdin
Share on pinterest
Deel op Pinterest

laat een reactie achter